TOP 2010, afl. 8 - Sign. - Euronext niet gehouden foutieve order door te halen
Aflevering 8, gepubliceerd op 01-12-2010 Toegelaten instelling AFS biedt op de optiebeurs van Euronext een order aan voor 250 FTI future-spread contracten voor € 2,30 per stuk. AFS voert de order in het elektronisch handelssysteem van de beurs in. Zij vergeet daarbij aan te geven dat het om een prijs in credit gaat, waardoor de order tegen een prijs van € 2,30 debet wordt opgenomen. De order wordt na het openen van de beurs door drie tegenpartijen gekocht. Onmiddellijk nadat AFS de fout ontdekt, verzoekt zij de Observer van Euronext de transactie door te halen. Dit doet de Observer ten aanzien van een deel van de contracten, voor het andere deel wijst ze het verzoek af, omdat de kopers van deze orders niet willen meewerken aan doorhaling. AFS vordert vergoeding van de schade die zij door deze weigering lijdt. De rechtbank wijst de vordering af, maar het hof wijst hem deels toe. Euronext gaat in cassatie. Op de handel op de optiebeurs waren ten tijde van de transactie het Algemeen Reglement AEX en de Listing and Trading rules for Screentrading (Trading rules) van toepassing. Het hof heeft kort gezegd geoordeeld dat de door AFS ingelegde order als een kennelijke vergissing moest worden gekwalificeerd. Nu de Observer op grond van de Trading rules tot taak heeft een "fair and orderly market" te verzekeren en bevoegd was om de transacties uit te halen, behoorde dit ook tot zijn taak. AFS had erop mogen vertrouwen dat de Observer van zijn bevoegdheid gebruik zou maken. Dit is niet gebeurd, wat inhoudt dat Euronext is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de toelatingsovereenkomst en aansprakelijk is voor (een deel van) de schade die als gevolg daarvan is ontstaan. Recht in de zin van art. 79 RO De Hoge Raad oordeelt eerst dat voor de reglementen van Euronext een genoegzame wettelijke grondslag ontbreekt, zodat niet van recht in de zin van art. 79 RO kan worden gesproken. Deze grondslag kan volgens de Hoge Raad ook niet worden gevonden in de Wte 1995 en in de omstandigheid dat de door de effectenbeurs te hanteren regels aan een zeker toezicht door de minister van Financiën zijn onderworpen. Bevoegdheid van de Observer De bewoordingen van de Trading rules geven de Observer een algemene, discretionaire, bevoegdheid maatregelen te nemen met het oog op de verzekering van een "fair and orderly market", waaronder de bevoegdheid transacties uit te halen. Dit strookt met de onmiskenbare strekking van deze bepaling. Deze kent de Observer als toezichthouder op de markt een marge van beleidsvrijheid toe die maatregelen te treffen die hij in de gegeven omstandigheden met het oog op het belang van een behoorlijk verloop van de handel op de optiebeurs noodzakelijk acht. De Trading rules, ook in hun geheel gelezen, bieden geen aanknopingspunt voor een andere uitleg. Het kennelijke oordeel van het hof dat de Observer op grond van art. 13 van de Trading rules verplicht is in het geval van een op een kennelijke vergissing gebaseerde individuele transactie te beslissen tot toepassing van de maatregel van ongedaanmaking van die transactie, is onbegrijpelijk. Onmiskenbare vergissing? Het hof is zonder toereikende motivering voorbijgegaan aan het betoog van Euronext dat sprake was van een combinatie- order die echter op de handelsschermen verschijnt als twee zelfstandige futureproducten, die geen koers kennen waaruit een eventuele afwijking van een gesaldeerde prijs valt af te leiden. De daarop voortbouwende uiteindelijke conclusie van het hof dat sprake is van een onmiskenbare vergissing, is daarom onvoldoende gemotiveerd. Het hof had het beroep van Euronext op de in Trading rule 13 opgenomen exoneratie afgewezen, welk oordeel de Hoge Raad vernietigt. De klachten van Euronext tegen het oordeel van het hof ten aanzien van de vraag of AFS slechts een deel van haar schade zelf moet dragen, falen. (HR 22 oktober 2010, LJN BN5665)