TOP 2011, afl. 1 - Sign. - Certificering en toestemmingsvereiste
Aflevering 1, gepubliceerd op 01-02-2011 De totstandkomingsgeschiedenis van art. 1:88 BW biedt geen steun voor de lezing dat de wetgever het geval van certificering van aandelen als noodzakelijk leidende tot een ingewikkelde vennootschapsstructuur, zonder meer buiten het toepassingsbereik van de uitzonderingsbepaling van art. 1:88 lid 5 BW heeft willen houden. Veeleer blijkt dat de wetgever een uitgebreidere regeling – waarin, wat betreft de inrichting van de vennootschap, met verschillende mogelijkheden rekening wordt gehouden – niet nodig heeft geoordeeld op de grond dat vennootschappen als waarop de onderhavige bepaling ziet, zelden gecompliceerd van structuur zullen zijn. Uit deze, met het oog op de praktijk gemotiveerde keuze voor een eenvoudige regeling, kan niet worden afgeleid dat inrichtingsvormen waarmee, blijkens de ontstaansgeschiedenis, in lid 5 geen rekening is gehouden, bij voorbaat aan toepassing van deze uitzonderingsbepaling in de weg staan. Beoordeeld zal moeten worden, gelijk het hof met juistheid tot maatstaf heeft genomen, of in voorkomend geval de handelend echtgenoot zo nauw verbonden is met de onderneming dat hij in de praktijk als ondernemer kan gelden, doordat hij de zeggenschap uitoefent en financieel belang heeft bij de bedrijfsresultaten van de vennootschap ten behoeve waarvan hij zich als hoofdelijk medeschuldenaar verbindt. Nu het hof heeft vastgesteld dat eiser (tot cassatie), op het moment dat hij zich als hoofdelijk medeschuldenaar verbond, (enig) bestuurder van de bv en enig bestuurder van de stichting was, alsmede certificaathouder, is het hof terecht van oordeel geweest dat is voldaan aan de vereisten van art. 1:88 lid 5 BW. Door zijn positie als enig bestuurder van de stichting (zijnde de enig aandeelhoudster van de bv) tevens certificaathouder, heeft eiser zijn zeggenschap binnen de bv alsmede zijn financieel belang bij de bedrijfsresultaten van de bv immers behouden. Van een complexe vennootschapsstructuur anders dan dat de aandelen zijn gecertificeerd via een stichting, is ook geen sprake. (HR 8 oktober 2010, LJN BN1402, «JOR» 2010/367)