TOP 2012, afl. 7 - Sign. - Wanbeleid Cancun
Aflevering 7, gepubliceerd op 01-11-2012 De onderzoeker heeft zijn opdracht niet te ruim opgevat. Het onderzoek moest weliswaar in het bijzonder drie 'klemmende vragen' omvatten, maar mocht verder alle onderwerpen betreffen die de onderzoeker voor de beoordeling van het beleid en de gang van zaken bij de vennootschap van belang achtte. Het is aan de onderzoeker om aan het onderzoek vorm en inhoud te geven en bij de uitvoering daarvan staat het hem vrij om naar eigen inzicht te handelen. De mogelijkheid bestaat dat meer, nieuwe of andere feiten worden geconstateerd en vastgesteld dan ten tijde van het gelasten van het onderzoek bekend waren. Dit houdt mede in dat niet van een verzoeker in de eerste fase van een enquêteprocedure kan worden gevergd dat hij alle mogelijke gronden en feiten voor het bestaan van mogelijk wanbeleid bij een vennootschap naar voren brengt en dat hij deze in een later stadium, nadat het onderzoek heeft plaatsgevonden, niet meer zou mogen aanvullen. De opzet van de vennootschap is een 50/50 joint venture van twee partners. nadien is een kredietverstrekker als 7%-minderheidsaandeelhouder toegetreden en hield ieder van beide partners (onder wie verzoekster) nog 46,5% van de aandelen. Ten aanzien van de eerste verwatering van het belang van de vennootschap in een dochtervennootschap ten gunste van een van de joint venture partners is het bestuur van de vennootschap te verwijten dat het heeft nagelaten adequaat vast te leggen wat door de aandeelhouders van de vennootschap met de omzetting van de vordering van die partner op de dochtervennootschap werd beoogd, waarom voor de route van de aandelenuitgifte was gekozen, en ook dat, en de reden waarom de waarde van de uit te geven aandelen en daarmee de ruilverhouding voor de omzetting van de vordering niet zakelijk en verantwoord was vastgesteld. Zo worden niet alleen geen voorwaarden gesteld ter zake van een zakelijke ruilverhouding, evenmin werd iets vastgelegd omtrent het maximale door de ene partner te verwerven tijdelijke belang, de duur van dit belang en de wijze waarop die partner dit tijdelijke belang al of niet mocht aanwenden. Dit nalaten heeft een situatie geschapen waarin het mogelijk werd dat de vennootschap de controle over haar, via haar dochtervennootschap gedreven, onderneming blijvend kon verliezen en daarmee haar continuïteit in gevaar bracht. De vennootschap had vervolgens het standpunt van die partner, dat zij op goede gronden het 78%-aandelenpakket in de dochtervennootschap had verkregen, in elk geval niet (langer) mogen aanvaarden en al het redelijkerwijs mogelijke in het werk moeten stellen om de uitgifte van de aandelen volledig terug te draaien. Dit heeft het bestuur nagelaten. Met de overdracht van het 7%-aandelenpakket van de minderheidsaandeelhouder aan de ene partner buiten medeweten van de ander (verzoekster), hebben deze aandeelhouders heimelijk afbreuk gedaan aan de tussen de joint venture partners beoogde aandeelhoudersgelijkheid en hebben zij gehandeld in strijd met de redelijkheid en billijkheid die zij als aandeelhouders ten opzichte van elkaar en ten opzichte van de andere partner in acht hadden moeten nemen. De aard van de joint venture bracht mee dat ook de vennootschap er in beginsel belang bij had dat het evenwicht tussen joint venture partners gehandhaafd bleef (of werd hersteld). in deze omstandigheden moest het bestuur van de vennootschap er op toezien dat de verschillende bij haar onderneming betrokken belangen adequaat en met een grote zorgvuldigheid werden behartigd. Ten onrechte heeft het bestuur daarom, toen bekend werd dat de minderheidsaandeelhouder haar gehele belang aan de betreffende partner wilde verkopen, niet getracht de 50/50 verhouding tussen de joint venture partners van de vennootschap te doen herstellen en heeft het zelfs nagelaten de andere partner op de hoogte te stellen. Door mee te werken aan het ontslag van het bestuur in een tweede dochtervennootschap en de daaropvolgende omleiding van boekingsgelden, heeft het bestuur van de vennootschap eraan meegewerkt dat de ene partner misbruik maakte van haar meerderheidsbelang in de eerste dochtervennootschap en de vennootschap. De tweede verwatering van het belang van de vennootschap in de eerste dochtervennootschap ten gunste van de ene partner bouwt voort op het onverantwoorde besluit van de eerste verwatering. Een van de bestuurders van deze dochtervennootschap die tevens bestuurder was van de vennootschap, was van de agendering van de daartoe strekkende aandeelhoudersvergadering van de dochtervennootschap op de hoogte. Het had op zijn weg gelegen om zich ervan te verzekeren dat de vennootschap op een adequate wijze voor die vergadering werd opgeroepen. Dat hij dit heeft nagelaten, valt hem zwaar aan te rekenen. Het handelen en nalaten van de vennootschap ter zake van al deze onderwerpen levert zowel elk voor zich als in samenhang bezien wanbeleid op. Bij wijze van voorziening vernietigt de Ondernemingskamer twee besluiten en stelt hij een statutaire bepaling tijdelijk buiten werking. De eerder getrokken onmiddellijke voorzieningen worden beëindigd. ieder van de (oud) bestuurders heeft zodanig bijgedragen aan het wanbeleid dat ieder van hen voor het geheel aansprakelijk moet worden gehouden voor de kosten van het onderzoek.