TOP 2013, afl. 2 - Sign. - Wanbeleid Cancun
Aflevering 2, gepubliceerd op 01-04-2013 Omvang onderzoeksopdracht: Het enquêteverzoek was niet beperkt tot een aantal specifieke onderwerpen of vragen en het gelaste onderzoek evenmin, zodat niet kan worden gezegd dat de omvang van het onderzoek is beperkt tot de in de beschikking van 28 april 2010 uitdrukkelijk genoemde onderwerpen. Het is ook overigens aan de onderzoeker om aan het onderzoek vorm en inhoud te geven en bij de uitvoering daarvan staat het hem vrij om naar eigen inzicht te handelen. Dat daardoor wellicht meer en andere gronden voor het constateren van mogelijk wanbeleid aan het licht zijn gekomen, is inherent aan het instituut van de enquête: het onderzoek heeft mede ten doel dat opening van zaken wordt gegeven en verkregen zodat voorheen ondoorzichtige omstandigheden worden verhelderd. Wanbeleid: de eerste verwatering: De opzet van de vennootschap (Cancun Holding II BV) is een 50/50 joint venture van twee partners (Holding I en Inversiones). Het bestuur van de vennootschap is, ter zake van de eerste verwatering van het belang van de vennootschap in Efesyde SA, alsmede de beoogde, daaropvolgende (verdere) verwatering van het (indirecte) belang van eiseres, aandeelhouder Holding I, in Efesyde, ernstige verwijten maken. In de eerste plaats heeft het bestuur (Roovers, Equity Trust en Navarro) nagelaten om vóór 1 juli 2009 adequaat vast te (doen) leggen wat door de aandeelhouders van de vennootschap (Holding I, Inversiones en minderheidsaandeelhouder Invernostra) met de omzetting van de vordering van Inversiones op Efesyde werd beoogd en waarom voor de gevolgde route van de aandelenuitgifte was gekozen, inclusief de omstandigheid dat, en de reden waarom, de waarde van de nieuw uit te geven aandelen Efesyde – en daarmee de ruilverhouding voor de omzetting van de vordering – niet zakelijk en verantwoord was vastgesteld. In de tweede plaats heeft het bestuur ook ná 9 juli 2009, toen vaststond dat de financiering door Banco Sabadell niet doorging, nagelaten uit dat gegeven consequenties te trekken. De vennootschap had het – toen kenbare – standpunt van Inversiones, dat zij op goede gronden het 78% aandelenpakket in Efesyde had verkregen, in elk geval niet (langer) mogen aanvaarden, ernstig bezwaar moeten maken tegen de handelwijze van Inversiones en al het redelijkerwijs mogelijke in het werk moeten stellen om de uitgifte van de aandelen Efesyde aan Inversiones (en de vennootschap) volledig terug te (doen) draaien. De vennootschap heeft gehandeld in strijd met elementaire beginselen van verantwoord ondernemerschap. Wanbeleid: aandelenoverdracht aan minderheidsaandeelhouder Inversiones: Het belang van de vennootschap als 50/50 joint venture valt tot op zekere hoogte samen met dat van haar aandeelhouders en in deze opzet moet alle besluitvorming de facto gezamenlijk plaatsvinden. Het is in die setting dat de aandeelhouders hebben besloten om Invernostra als financier van de vennootschap ook in het aandelenkapitaal te doen participeren. In overeenstemming met de gelijkwaardigheid van de joint venture partners zijn hun beider participaties gelijk gebleven; aan Invernostra als minderheidsaandeelhouder zijn bepaalde, aan haar aandelen C verbonden, vetorechten betreffende belangrijke besluiten van zowel bestuur als algemene vergadering van aandeelhouders van de vennootschap toegekend. De aard van de joint venture bracht mee dat ook de vennootschap er in beginsel belang bij had dat het evenwicht tussen de joint venture partners gehandhaafd bleef, althans hersteld werd. In deze omstandigheden diende (het bestuur van) de vennootschap er op toe te zien dat – ook met het oog op de tussen haar aandeelhouders gerezen geschillen – de verschillende bij haar onderneming betrokken belangen adequaat en met een grote zorgvuldigheid werden behartigd en uiteen werden gehouden. Daarin past zeker niet de heimelijke tussen Invernostra en Inversiones gearrangeerde overdracht. Dit gold temeer toen Inversiones eenmaal de meerderheid van de aandelen in dochtervennootschap Efesyde had verworven en die transactie in strijd met de beoogde tijdelijkheid ervan en tegen de zin van Holding I niet wenste terug te draaien. De Ondernemingskamer rekent het bestuur van de vennootschap in dit verband tevens aan dat het zich er bepaald onvoldoende van bewust is geweest dat het risico van een – onaanvaardbare – belangenvermenging acuut was geworden. Aangenomen moet worden dat de onderscheiden bestuurders ieder een eigen belang hebben gehad om zich niet in de kwestie van de verkoop van het Invernostra-belang te mengen en zich afzijdig te houden. Ten onrechte heeft het bestuur daarom, toen bekend werd dat Invernostra haar gehele 7%-belang aan Inversiones wenste te verkopen, niet getracht om de 50/50 verhouding tussen de joint venture partners/aandeelhouders van de vennootschap te (doen) herstellen en heeft het voorts zelfs nagelaten om de andere, niet bij de voorgenomen overdracht betrokken joint venture partner/ aandeelhouder (Holding I) daarvan op de hoogte te stellen. De Ondernemingskamer is van oordeel dat de bestuurders hiervan een ernstig verwijt gemaakt moet worden. Zulks is des te meer verwijtbaar nu (naar de bestuurders bekend was) aan de over te dragen aandelen C specifieke zeggenschapsrechten verbonden waren en de bestuurders zich bewust waren van de conflictueuze situatie tussen de joint venture partners. Aldus hebben de bestuurders de positie van de vennootschap miskend en ten onrechte de belangen van een van de aandeelhouders veronachtzaamd. Dit handelen van de bestuurders is onaanvaardbaar en in strijd met elementaire beginselen van verantwoord ondernemerschap. Wanbeleid: ontslag bestuur dochtervennootschap: Door mee te werken aan het ontslag van het bestuur van dochtervennootschap Vesta en de daaropvolgende omleiding van de boekingsgelden heeft het bestuur van de vennootschap zich onvoldoende rekenschap ervan gegeven – en eraan meegewerkt – dat Inversiones gebruik maakte van haar meerderheidsbelang en de vennootschap en van de onevenwichtige situatie die (door haar, Inversiones' toedoen) na 1 oktober 2009 op aandeelhoudersniveau bij de vennootschap was ontstaan. Meer in het algemeen heeft het bestuur van de vennootschap niet voorkomen dat een ongeoorloofde vermenging plaatsvond van de bij de vennootschap betrokken belangen. Dit alles moet worden aangemerkt als een veronachtzaming van elementaire beginselen van verantwoord ondernemerschap. Wanbeleid: de tweede verwatering: De tweede verwatering bouwt voort op het onverantwoorde besluit van de eerste verwatering waardoor Inversiones meerderheidsaandeelhouder van Efesyde is geworden en op de daaropvolgende benoeming van Nicolau en Navarro tot bestuurders van Efesyde. Nu Navarro eveneens bestuurder was van de vennootschap, had het naar het oordeel van de Ondernemingskamer op zijn weg gelegen om zich ervan te verzekeren dat de vennootschap op een adequate wijze voor de bijzondere aandeelhoudersvergadering (bava) werd opgeroepen, althans had hij minst genomen een vergadering van het bestuur van de vennootschap moeten uitschrijven dan wel zijn medebestuurders van de vennootschap, Roovers en Equity Trust, over de op handen zijnde bava moeten informeren. Dat hij dit heeft nagelaten, valt hem zwaar aan te rekenen. Navarro heeft als bestuurder van de vennootschap ter zake van de informatie over de bava van Efesyde van 3 november 2009 gehandeld in strijd met elementaire beginselen van verantwoord ondernemerschap. Wanbeleid: conclusie en voorzieningen: Het handelen respectievelijk nalaten van de vennootschap ter zake van de aangehaalde onderwerpen levert, zowel elk voor zich als in samenhang bezien, wanbeleid op. De Ondernemingskamer vernietigt het besluit van (het bestuur) om mee te werken aan het besluit dat heeft geleid tot de eerste verwatering en het besluit van om mee te werken aan het ontslaan van het bestuur van Vesta, en stelt een aantal statutaire bepalingen buiten werking, in dier voege dat de algemene vergadering van aandeelhouders die statuten wat betreft de aan de aandelen C verbonden blokkerende stemrechten zonder instemming van de houder(s) van deze aandelen rechtsgeldig kan wijzigen. Josephus Jitta bespreekt in zijn noot een aantal achtergronden bij de kwestie en gaat dieper in op een aantal aspecten daarvan, onder andere de rol van een bestuurder die in feite als "vertegenwoordiger" van een grootaandeelhouder van de vennootschap is benoemd en het spanningsveld waarin deze zich moet bewegen.