TOP 2013, afl. 5 - Sign. - Redemption notice
Aflevering 5, gepubliceerd op 01-07-2013 Kerten Investment SArl (Kerten), de beleggingsmaatschappij van O'Shea, heeft – na introductie bij Diversica financial group BV (Dfg) in de personen van Warnaars en Boonstra – via twee banken, een investering van € 10 miljoen in Selectica fund ltd. (Selectica) gedaan. Kerten heeft een jaar later te kennen gegeven zijn investering in Selectica terug te trekken door middel van een redemption notice. Selectica heeft ruim € 6 miljoen terugbetaald via één van de twee banken: Société générale (Sg). Selectica is in staat van liquidatie verklaard. Kerten en O'Shea vorderen thans het restantbedrag in deze procedure hoofdelijk van ieder van de gedaagden. Van belang is dat per rechtsverhouding het toepasselijk recht dient te worden vastgesteld. Verhouding Kerten – DFG De door Kerten gestelde onrechtmatige gedragingen van Dfg, bestaande uit uitlatingen, gesprekken, emails e.d., hebben plaatsgevonden vanuit Nederland, reeds omdat Dfg dit niet heeft weersproken, waarbij de rechtbank tevens in aanmerking neemt dat twee van haar statutaire bestuurders, Warnaars en Boonstra, die beiden in Nederland wonen, vanuit Nederland het statutair bestuurderschap van Selectica uitoefenden. Toepassing van de hoofdregel van art. 3 WCOD (lex loci delicti) leidt tot toepasselijkheid van Nederlands recht. Verhouding investeerder en CEO van de tweede bank (Kerten-Jochems) gelet op de datum van de investering van Kerten in Selectica (1 augustus 2007), moet de rechtbank het EVO toepassen. De prestatie van Jochems, het geven van adviezen op beleggingsgebied, valt aan te merken als de kenmerkende prestatie in de zin van art. 4 lid 2 EVO. Nu Jochems zijn gewone verblijfplaats in de zin van art. 4 lid 2 EVO in Nederland heeft, is in beginsel Nederlands recht op de overeenkomst van toepassing. Verhouding investeerder en bestuurder Selectica, tevens bestuurder van de investment manager van Selectica (Kerten-Warnaars) Aangezien Warnaars als bestuurder van investment manager Dfg niet wordt aangesproken door Dfg, waarvan hij bestuurder is in de zin van art. 3 sub d WCC, maar wordt aangesproken door een derde, is de WCC ter zake niet relevant en evenmin de artikelen van Boek 10 BW die de WCC hebben vervangen. Bij gebreke van andere toepasselijke, voor Nederland bindende, internationale en communautaire regelingen, is de WCOD van toepassing. Ten aanzien van de vraag of Warnaars in zijn hoedanigheid van bestuurder van Dfg jegens Kerten aansprakelijk is, geldt hetzelfde besliskader als is vermeld ten aanzien van Dfg. Warnaars woonde en werkte in de relevante periode in Nederland, nog daargelaten dat Dfg in Nederland is gevestigd. Ook op deze eventuele aansprakelijkheid is dus Nederlands recht van toepassing. Ten aanzien van de eventuele aansprakelijkheid van Warnaars in zijn hoedanigheid van bestuurder van Selectica geldt dat nu Warnaars wordt aangesproken als een derde, ook in deze situatie de WCOD van toepassing is. Het mag dan wel zo zijn dat Selectica een rechtspersoon is die is gevestigd op de Kaaiman Eilanden, nu Warnaars als bestuurder van Selectica al zijn werkzaamheden heeft verricht vanuit Nederland, staat zulks niet in de weg aan de toepasselijkheid van Nederlands recht. Verhouding Kerten-Boonstra Voor de aansprakelijkheid van de feitelijk bestuurder van Selectica (Boonstra) geldt dat het vanuit het oogpunt van het toe te passen recht geen verschil maakt of Boonstra wordt aangesproken wegens zijn hoedanigheid van feitelijk bestuurder of op grond van zijn gestelde hoedanigheid van feitelijk leidinggevende van Selectica. De rechtbank concludeert dat ook deze mogelijke aansprakelijkheid dient te worden beoordeeld naar Nederlands recht. De rechtbank staat Kerten toe om een conclusie na tussenvonnis in te dienen en houdt iedere verdere beslissing aan. Op de verhouding tussen Kerten en makansi is Engels recht van toepassing en op de verhouding tussen Kerten en Vuurmans Zwitsers recht. (Rb. Rotterdam 13 februari 2013, LJN BZ2703, «JOR» 2013/131)