TOP 2013, afl. 8 - Sign. - Overkreditering?
Aflevering 8, gepubliceerd op 01-12-2013 De relatie tussen X c.s. en Friesland Bank bestond naast een kredietrelatie ook uit een beleggingsadviesrelatie. De bank heeft aan X c.s. één integrale financiering verstrekt, ten behoeve van twee doeleinden: de eigen woning én het doen van beleggingen. Beide leningen hingen derhalve nauw met elkaar samen. ten aanzien van de beleggingen merkt de rechtbank op dat tussen partijen niet in geschil is dat de bank X c.s. daarover adviseerde. De rechtbank zal allereerst ingaan op de vraag of de bank ter zake van de verstrekking van het hypothecaire krediet een zorgplicht jegens X c.s. heeft geschonden, nu X c.s. allereerst stellen dat sprake is geweest van overkreditering. De bank mocht ten tijde van de kredietverlening niet alleen hun inkomen meetellen, maar ook hun vermogenspositie, waarbij de bank het belegde vermogen tot op zekere hoogte mocht meetellen. Er is verder sprake van een relatief eenvoudige aflossingsvrije hypotheek, die (ook) voor de gemiddelde consument in voldoende mate te begrijpen is. De aflossingscapaciteit van X c.s. was al ruim voldoende, ook zonder dat gekeken werd naar de opbrengsten uit de beleggingen. In het kredietadvies is expliciet aangegeven dat X c.s. voldoen aan de gestelde terugbetalingscapaciteit en dat daarbij geen rekening is gehouden met inkomsten uit de beleggingsportefeuille. De bank hoefde X c.s., gelet op die totale aflossingscapaciteit, niet te waarschuwen voor het risico dat de rentelasten mogelijk niet voldaan konden worden uit de inkomsten uit beleggingen. Met betrekking tot de verplichting van de bank om voldoende onderzoek te doen naar de kredietwaardigheid van X c.s., geldt dat de bank mocht afgaan op de door X c.s. verstrekte informatie. De verhouding tussen het gemiddelde netto inkomen en de netto schuld leverde naar het oordeel van de rechtbank, gelet op de destijds geldende regelgeving en richtlijnen, een (voldoende) verantwoorde kredietverlening op. Niet is komen vast te staan dat sprake is geweest van overkreditering bij het verstrekken van de hypothecaire geldlening. X c.s. hebben tevens gesteld dat de bank de op haar rustende zorgplicht heeft geschonden, omdat X c.s. onvoldoende zouden zijn gewezen op de risico's van financieren ten behoeve van aankoop van effecten. X c.s. hebben echter niet voldoende onderbouwd dat de bank voorafgaand aan het aangaan van de financieringsconstructie niet heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beleggingsadviseur mocht worden verwacht. De rechtbank wijst de vorderingen af.