TOP 2014/654 - Sign. - Curator schiet tekort (Hof ’s-Hertogenbosch 23 juli 2013, ECLI:NL:GHSHE:2013:3332, «JOR» 2014/272)
Aflevering 8, gepubliceerd op 13-11-2014 Een curator behoort te handelen zoals in redelijkheid mag worden verlangd van een over voldoende inzicht en ervaring beschikkende curator die zijn taak met nauwgezetheid en inzet verricht. Bij het uitoefenen van zijn taak moet de curator uiteenlopende, soms tegenstrijdige belangen behartigen en bij het nemen van zijn beslissingen – die vaak geen uitstel kunnen leiden – moet hij ook rekening houden met uiteenlopende belangen van maatschappelijke aard (HR 19 april 1996, «JOR» 1996/48 (Maclou)). Een doelmatige afwikkeling van het faillissement behoort echter niet tot deze zwaarwegende belangen van maatschappelijke aard (HR 19 december 2003, «JOR» 2004/61 (Van Dooren q.q. c.s./Interplan)). Daarbij moet ook rekening worden gehouden met de omstandigheden van het geval. In casu was het wenselijk dat op korte termijn beslissingen zouden worden genomen in verband met een doorstart. De snelheid die geboden was, ontsloeg de curator, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen en op art. 6:2 lid 1 BW, niet van de verplichting zorgvuldig rekening te houden met de belangen van de partijen die geïnteresseerd waren in de koop van de failliet en in het bijzonder met de belangen van de partij aan wie uiteindelijk is verkocht, K. De curator was ervan op de hoogte dat sprake was van een geleasede infrarooddroger en dat K belang hechtte aan overname ervan. De curator kon, gelet op de korte termijn waarbinnen hij tot een beslissing moest komen, niet tot in detail op de hoogte raken van de rechtstoestand van alle voorwerpen die zich op het terrein van failliet bevonden, zodat zijn voorbehoud wat dit betreft begrijpelijk is. De rechtbank neemt echter niet aan dat de tijd ontbrak zich voor wat betreft de waardevollere delen van de onderneming – zoals de droger – op de hoogte te stellen van de rechtstoestand, zeker als daarvoor aandacht was gevraagd door een belangstellende kandidaat-koper. Kort voor het faillissement hebben de bestuurders van gefailleerden met de vertegenwoordigers van K contact gehad, waarbij alle machines van failliet zijn nagelopen en toegelicht, en door welk overleg K wist dat de droger geleased was. Niet valt in te zien dat de curator niet ook een dergelijk onderhoud had kunnen hebben met de bestuurders, althans zich door hen had kunnen laten voorlichten. Bovendien bevond de droger zich op het terrein van het bedrijf en was deze in beginsel in de transactie begrepen, en stond hij niet als geleased aangemerkt. De droger had een aanzienlijke waarde vergeleken met de totale waarde van de machines en was gekoppeld aan de ING-machine, waarvan voor K de verkrijging een vereiste was voor het doorgaan van de transactie. Gelet op deze omstandigheden had de curator hetzij de droger moeten verwerven, hetzij het bod van K niet zonder meer mogen accepteren. Hij had K ervan op de hoogte moeten stellen dat de droger niet in de transactie was begrepen en haar in de gelegenheid moeten stellen haar bod in te trekken of aan te passen. Diezelfde mogelijkheid zou dan ook geboden moeten zijn aan de andere kandidaat-kopers die een bod hadden gedaan en er had een nieuwe biedingsronde moeten worden gehouden. Nu de curator niets van dit alles heeft gedaan, heeft hij in strijd gehandeld met zijn (pre)contractuele verplichtingen jegens K.