TOP 2016/257 - Sign. - Baanbrekend en grensverleggend beslagarrest («JBPR» 2016/904, mr. dr. L.P. Broekveldt)
Aflevering 3, gepubliceerd op 20-05-2016 In deze bijdrage bespreekt de auteur het arrest van de Hoge Raad van 13 november 2015 (HR 13 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3299). In de onderhavige zaak gaat het om in Nederland door Yukos Capital en Glendale Group ten laste van Yukos Oil op grond van art. 767 Rv op de aandelen van de in Nederland opgerichte en daar ook gevestigde besloten vennootschap Yukos Finance gelegde conservatoire beslagen. Het gaat hier om zuivere conservatoire vreemdelingenbeslagen, die de laatste jaren wel steeds meer voorkomen. In deze zaak stond de Hoge Raad voor de vraag óf, en zo ja op welke wijze, het probleem kon worden ondervangen dat het faillissement van Yukos Oil als de beslagene werd beëindigd en zij daarmee volgens Russisch faillissementsrecht als vennootschap ophield te bestaan. Het een en ander deed zich voor in de situatie, dat er vóórdien al conservatoire beslagen ten verzoeke van Yukos Capital en Glendale op de aandelen van Yukos Finance waren gelegd én dat deze aandelen enige tijd daarna, in weerwil van die beslagen, aan Promneftstroy werden verkocht en geleverd ondanks de hangende procedures op grond van art. 700 lid 3 Rv. Anders dan door A-G Vlas in zijn Conclusie voor dit arrest is verdedigd dat door het verdwijnen van Yukos Oil als vennootschap, zij als het ware een ‘spookpartij’ was geworden waartegen niet meer (verder) zou kunnen worden geprocedeerd. Volgens A-G Vlas zouden beide eiseressen in hun vorderingen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard, zoals door het Hof nu juist niet was gedaan. Hiermee was voor de Hoge Raad de kous echter niet af. Op een juridisch inventieve, maar ook eenvoudige, wijze waarop de Hoge Raad een oplossing voor dit beslagprobleem heeft gevonden, wordt door de auteur uitgebreid behandeld. Daarbij gaat hij in op de inventieve beslagoplossing van de Hoge Raad waarbij het vermogensrechtelijk en procesrechtelijk kader en de bouwstenen voor de oplossing. Hierna bespreekt de auteur enige relativeringen bij het arrest. De auteur geeft daarbij aan dat deze oplossing, voor zover hem bekend, in de literatuur nooit eerder is verdedigd, laat staan in lagere rechtspraak al eens is aanvaard. Hierbij geeft hij aan dat het hier om een in menig opzicht uitzonderlijke internationale casus ging, met een aantal lastige juridische aspecten, zodat het belang van het arrest ook niet moet worden overschat dat het ook in enigszins vergelijkbare gevallen zal kunnen worden herhaald en toegepast.