TOP 2016/533 - Sign. - Vereenzelviging van rechtspersonen na turboliquidatie (Rechtbank Midden-Nederland, 22 juni 2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:3415)
Aflevering 7, gepubliceerd op 14-11-2016 In mei 2013 huurt eiser, na bemiddeling van bedrijf X, een woning. Eiser betaalt aan X bemiddelingskosten. Eiser stuurt in maart 2015 een brief aan X en sommeert haar de bemiddelingskosten als onverschuldigd betaald terug te betalen. X voldoet daar niet aan. In het handelsregister van de Kamer van Koophandel is op 24 december 2015 geregistreerd dat bedrijf X is opgehouden te bestaan, omdat er geen bekende baten meer aanwezig zijn met ingang van 21 december 2015 (turboliquidatie ex art. 2:19 lid 4 BW). Gedaagde is op 21 juli 2015 opgericht en op 22 juli 2015 ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. De kantonrechter stelt vast dat uit de in het geding gebrachte uittreksels uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel, noch uit de stelling van de eiser is af te leiden dat er sprake is geweest van een fusie of splitsing op grond waarvan gedaagde het vermogen of een deel daarvan van X onder algemene titel heeft verkregen. Aldus kan niet worden aangenomen dat gedaagde de rechtsopvolger is van X. Nu door eiser niet is betwist dat niet gedaagde maar X contractspartij was bij de bemiddelingsovereenkomst, leidt het vorenstaande er in beginsel toe dat eiser de verkeerde partij in de procedure heeft betrokken. Dit is echter anders indien sprake is van vereenzelviging van beide vennootschappen. Eiser heeft hiertoe gesteld dat achter beide vennootschappen dezelfde persoon zit, dat beide vennootschappen zijn gevestigd op het adres en dat zij nagenoeg dezelfde naam hebben. Volgens eiser voeren beide vennootschappen dezelfde bedrijfsactiviteiten uit, namelijk de bemiddeling bij handel, huur, of verhuur van onroerend goed en hebben zij beide ten minste één dezelfde werknemer. Ook de door de vennootschappen gehanteerde werkwijze is gelijk. De vennootschappen gebruiken bovendien nagenoeg dezelfde tekst bij de beschrijving van zichzelf op hun website, aldus eiser. Voor de vraag of grond bestaat voor vereenzelviging van rechtspersonen is het Rainbow-arrest (HR 13 oktober 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7480) richtinggevend. Dit arrest heeft betrekking op gevallen waarin de ondernemingsactiviteiten van een vennootschap worden beëindigd, terwijl die activiteiten door een andere vennootschap worden voortgezet met geen ander oogmerk dan benadeling van de crediteuren van de eerstgenoemde vennootschap door het verijdelen van verhaal door de crediteuren op die vennootschap. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft eiser voldoende gemotiveerd gesteld dat X haar activiteiten heeft beëindigd met het oogmerk van benadeling van eiser, en eventuele andere huurders met wie zij een bemiddelingsovereenkomst heeft gesloten, in zijn verhaalsmogelijkheden met betrekking tot de betaalde bemiddelingskosten. Uit het door eiser gestelde is voorts af te leiden dat de activiteiten van X zijn voortgezet door gedaagde. Hoewel het op de weg van gedaagde had gelegen om tegenover de gemotiveerde stellingen van eiser feiten en omstandigheden aan te voeren op grond waarvan kan worden geconcludeerd dat van misbruik geen sprake is, heeft zij dit nagelaten. Het vorenstaande leidt ertoe dat als onvoldoende gemotiveerd weersproken wordt aangenomen dat X misbruik heeft gemaakt van het identiteitsverschil tussen haar en gedaagde en dat dit misbruik ook aan gedaagde moet worden toegerekend. Het door X gemaakte misbruik van het identiteitsverschil moet als dermate ernstig worden aangemerkt, dat vereenzelviging de aangewezen vorm is om het misbruik maken van het identiteitsverschil ongedaan te maken. Het identiteitsverschil tussen X en gedaagde dient in zoverre weggedacht te worden, dat ook gedaagde aansprakelijk is voor terugbetaling van onverschuldigd betaalde bemiddelingskosten. Nu door gedaagde niet gemotiveerd is weersproken dat X heeft gehandeld in strijd met het verbod om bij bemiddeling voor woonruimte ‘twee heren te dienen’, zoals bedoeld in art. 7:417 lid 4 jo 7:427 BW, wijst de kantonrechter de vordering van eiser tot terugbetaling van de bemiddelingskosten toe.