TOP 2017/231 - Sign. - Opvolgend werkgeverschap bij doorstart na faillissement (Hof Den Haag 18 oktober 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:3001, «JOR» 2017/22, m.nt. mr. P.R.W. Schaink)
Aflevering 3, gepubliceerd op 14-05-2017 Het debat spitst zich toe op de vraag of geïntimeerde als opvolgend werkgever in de zin van art. 7:668a leden 1 en 2 (oud) BW heeft te gelden. Art. 7:668a lid 1 (oud) BW bepaalt dat in de daar bedoelde gevallen van opvolging van tijdelijke arbeidsovereenkomsten van rechtswege een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaat. In het tweede lid van deze bepaling staat dat het eerste lid van overeenkomstige toepassing is ‘op elkaar opvolgende arbeidsovereenkomsten tussen een werknemer en verschillende werkgevers, die ten aanzien van de verrichte arbeid redelijkerwijze geacht moeten worden elkanders opvolger te zijn’. Arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd tellen – anders dan voor het eerste lid – mee bij de toepassing van het tweede lid. In het arrest van de HR van 11 mei 2012, «JOR» 2012/278 (Van Tuinen/Taxicentrale L. Wolters) zijn twee criteria genoemd voor de uitleg van art. 7:668a lid 2 (oud) BW. Niet in geschil is dat appellant steeds (exact) dezelfde werkzaamheden is blijven verrichten en dat aldus aan het eerste criterium (behoud van ‘wezenlijk dezelfde vaardigheden en verantwoordelijkheden’) is voldaan. Wel in geschil is of er is voldaan aan het tweede criterium. Ten aanzien van dit tweede criterium gaat het om (i) het bestaan van ‘zodanige banden’ op grond waarvan (ii) ‘inzicht in diens hoedanigheden en geschiktheid’ moet worden toegerekend aan de nieuwe werkgever. Voor de eis (ii) geldt dat voldoende is dat de nieuwe werkgever bedoeld inzicht door ‘zodanige banden’ heeft kunnen verkrijgen en niet dat het ook door deze werkgever daadwerkelijk is verkregen en gebruikt. Zie ten aanzien van de regeling van het proeftijdbeding waaraan het tweede criterium is ontleend HR 13 september 1991, NJ 1992, 130 (Dingler/Merkelbach). Ook aan het tweede criterium is voldaan om de volgende redenen in onderlinge samenhang bezien. Appellant en Van Scheijndel hebben vierendertig jaar lang samengewerkt. De laatste vier jaar tot aan het faillissement was Van Scheijndel directeur van Delftsche Fabriek en had hij ‘op grond van zijn ervaringen met appellant inzicht in diens hoedanigheden en geschiktheid’ voor de functie bij geïntimeerde. Dat is niet in geschil. Van Scheijndel heeft als directeur van Delftsche Fabriek voor het faillissement gesproken met A. de Jong Groep, moedermaatschappij van geïntimeerde, over een mogelijke gedeeltelijke overname. Dat is toen op niets uitgelopen. Er mag mede hierom worden aangenomen dat Van Scheijndel na het faillissement in relevante mate betrokken is geweest bij de doorstart. Immers, A. de Jong Groep was uitsluitend geïnteresseerd in de overname van een aantal langjarige projecten/opdrachten en Van Scheijndel heeft haar een lijst verstrekt van de daarop werkzame werknemers van Delftsche Fabriek. De doorstart is zeer kort na de faillissementsdatum gerealiseerd. Het ligt dan voor de hand aan te nemen dat Van Scheijndel ook behulpzaam is geweest bij het in kaart brengen van deze voor A. de Jong Groep interessante opdrachten. Geïntimeerde stelt ook niet dat zij op andere wijze van dergelijke opdrachten op de hoogte is gekomen. Van Scheijndel is als vestigingsdirecteur bij geïntimeerde in dienst getreden en als zodanig gaan functioneren. Hij was aanwezig bij het namens geïntimeerde aanbieden van arbeidsovereenkomsten aan de overgenomen werknemers, waaronder appellant. Dat de overname/doorstart toen al een feit was, is voor de beoordeling niet relevant. Bij deze gang van zaken heeft geïntimeerde voor de indiensttreding van appellant het inzicht van Van Scheijndel in de ‘hoedanigheden en geschiktheid’ van appellant kunnen verkrijgen. Gelet op de betrokkenheid van Van Scheijndel bij zowel Delftsche Fabriek als bij geïntimeerde is er sprake van ‘zodanige banden’ tussen beide werkgevers dat bedoeld inzicht ook aan geïntimeerde moet worden toegerekend. Of geïntimeerde dit inzicht daadwerkelijk heeft gebruikt, kan in het midden blijven.