TOP 2018/517 - Sign. - Vetorecht bankiersbeloningen mag van ECB
Aflevering 8, gepubliceerd op 14-12-2018 Het voornemen om de Minister van Financiën vetorecht te geven bij bankiersbeloningen, is niet in strijd met de bevoegdheden van de Europese Centrale Bank. Dat laat de ECB weten in een advies over het initiatiefwetsvoorstel. Kamerleden van zeven oppositiepartijen dienden dat voorstel (34906) in maart in, na de ophef over de salarisverhoging van ING-topman Hamers. De zeven willen een aanscherping van de definitie ‘vaste beloning’ in de zin van de Wft. Daarnaast willen ze met het wetsvoorstel beogen dat de Minister van Financiën toestemming moet geven voor de salarisverhoging van bestuurders bij financiële ondernemingen. Dat moet ‘perverse beloningsprikkels’ tegengaan. Het salarisvoorstel van de RvC moet dan eerst langs de minister, voordat het wordt voorgelegd aan de aandeelhouders. Als de minister instemt met het voorstel, moet de minister ook de Tweede Kamer op de hoogte stellen. De regels moeten gelden voor de vijf grote Nederlandse banken die volgens de normen van de ECB ‘systeemrelevant’ zijn. De vraag was lang of dit niet in strijd is met de bevoegdheden van de Europese Centrale Bank, die controleert of banken beschikken over ‘solide governanceregelingen’. Daarbij wordt ook gekeken naar de praktijk rondom beloningen. Onder meer de Raad van State stelde daar in zijn advies over het wetsvoorstel vragen bij. Maar volgens de ECB is er dus geen strijdigheid tussen het Nederlandse wetsvoorstel en de bevoegdheden van de centrale bank. GroenLinks-Kamerlid Bart Snels, eerste initiatiefnemer van het wetsvoorstel, spreekt op Twitter van ‘mooi nieuws van Mario Draghi’.