WPNR 2005, afl. 6646 - Naschrift
Aflevering 6646, gepubliceerd op 10-12-2005 geschreven door Mr. A.A. van VeltenAnders dan Kelterman stelt, wil ik niet het recht van opstal oprekken tot buiten het nieuwe gevormde kadastrale perceel (tot de grenzen van het oorspronkelijke gehele perceel), maar heb ik er in mijn artikel op gewezen dat er beter geen uitmeting kan plaatsvinden. En als er wel een uitmeting plaats vindt, zou naar mijn mening uit de kadastrale registratie bij eerste kennisneming moeten blijken dat beide percelen met het recht van opstal zijn belast. Immers, het recht van opstal rust, in mijn visie, op het gehele (oorspronkelijke) perceel, met dien verstande dat de windturbine slechts op een bepaald gedeelte daarvan mag worden geplaatst. Anders gezegd: de zaak als bedoeld in art. 5:103 van het Burgerlijk Wetboek is het gehele (oorspronkelijke) perceel en niet de fundering (footprint) van de windturbine. De kadastrale uitmeting is derhalve onnodig en zelfs misleidend, tenzij het recht van opstal bij de twee nieuw gevonden percelen wordt vermeld.