WPNR 2005, afl. 6647 - Schellens-Schellens revisited
Aflevering 6647, gepubliceerd op 17-12-2005 geschreven door Prof. mr P.J. DortmondToen mij werd gevraagd om nog eens in te gaan op de (oude) Schellens-Schellens problematiek dacht ik, het stof van mijn proefschrift blazend, dat die problematiek wel niet meer zou bestaan.P.J. Dortmond, Enige beschouwingen rondom aandelen, diss 1989, uitgave vanwege het Van der Heijden Instituut, deel 31, hoofdstuk V, mede geïnspireerd door Van Mourik in Van Mourik/Jongsma, De EenmansBV, Ars Notariatus XX, 1980, p. 39 e.v. Kort weergegeven ging het om het volgende. Een moeder heeft, evenals haar kinderen aandelen in een NV. In de statuten zijn de aandelen geblokkeerd volgens een aanbiedingsregeling. Moeder heeft 104 aandelen en de kinderen B, C en D hebben respectievelijk 32, 25 en 39 aandelen. De voorliefde van moeder gaat uit naar B en besloten wordt zodanige maatregelen te treffen dat, na het overlijden van moeder, B de meerderheid van de aandelen in handen krijgt. Moeder besluit tot het volgende: (1) aan B worden 33 aandelen, tegen de inbreng van de waarde gelegateerd en (2) aan de vennootschap wordt een koopoptie verleend voor 71 aandelen, welke optie eerst van het overlijden aanvaard kan worden.Zie voor de “echte”casus : Hof den Bosch, 28 mei 1957, NJ 1958, 129; HR 11 april 1958, NJ 1958, 302 (Schellens-Schellens I); HR 17 januari 1964, NJ 1965, 126 (Schellens-Schellens II). Moeder komt te overlijden waardoor de kinderen erfgenaam zijn en de vraag is nu wat geldt: (a) de kinderen kunnen de daden van hun moeder beperken door, gelet op hun aandeelhouderschap van vóór het overlijden, gebruik te maken van hun statutaire recht op aanbieding bij de afgifte van het legaat respectievelijk bij de uitoefening van de koopoptie, of (b) gelet op de erfrechtelijke saisineregel, die uitgaat van het beginsel dat de erfgenamen, wat betreft diens rechten en verplichtingen van vermogensrechtelijke aard, de persoon van de erflater voortzetten, mogen de erfgenamen in het geheel niet van hun recht op aanbieding gebruik maken.De inkoop beperkende bepaling, art. 2:98 BW, speelde toen nog geen rol.