WPNR 2008, afl. 6780 - De grondslagen van de Verordening Rome II
Aflevering 6780, gepubliceerd op 20-12-2008 geschreven door Prof. mr. Th.M. de BoerIk houd niet zo van grote woorden, maar de Verordening ‘Rome II’ inzake het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen is een mijlpaal in de geschiedenis van het Europese IPR. Er waren al wel Europese regelingen op het terrein van het internationaal procesrecht en de internationale rechtshulpOm de belangrijkste te noemen: Vo. 1346/2000 (insolventie), Vo. 1348/2000 en Vo. 1393/2007 (betekening), Vo. 44/2001 (EEX), Vo. 1206/2001 (bewijs), Vo. 2201/2003 (Brussel II-bis), Vo. 805/2004 (Europese executoriale titel)., maar dit is de eerste verordening waarin het conflictenrecht (de regels die aangeven welk recht toepasselijk is) van alle EU-lidstaten wordt geünificeerd, en dat nog wel op een terrein waar eerdere unificatiepogingen jammerlijk schipbreuk leden. Ik behoor nog tot de generatie die zich herinnert hoe het de voorstellen voor de eenmaking van het conflictenrecht in de Benelux is vergaanNederland, België en Luxemburg ondertekenden in 1951 een Verdrag betreffende het internationaal privaatrecht, dat alleen door Luxemburg werd geratificeerd. Het verdrag verplichtte de verdragsluitende partijen tot invoering van een door E.M. Meijers ontworpen Eenvormige Wet betreffende het internationaal privaatrecht (EW). Een verdrag houdende een herziene versie van de EW werd in 1969 ondertekend, maar ook dit verdrag is nooit in werking getreden. Een volgende herziening in 1973 mocht evenmin baten. In 1975 werd het Benelux-project definitief afgeblazen. en hoe de toetreding van het Verenigd Koninkrijk tot de Europese Gemeenschappen een einde maakte aan de aspiraties van de oorspronkelijke lidstaten om uniforme conflictregels op te stellen voor zowel contractuele als niet-contractuele verbintenissen.Het Voorontwerp voor een verdrag nopens de wetten die van toepassing zijn op verbintenissen uit overeenkomsten en op niet-contractuele verbintenissen dateert van 1972. Om de totstandkoming van een definitieve verdragstekst te bespoedigen werd in 1975 besloten het materieel toepassingsgebied te beperken tot contractuele verbintenissen. Het eindresultaat, het EEG Overeenkomstenverdrag, werd in 1980 door negen lidstaten ondertekend. Aan een poging tot unificatie van conflictregels voor niet-contractuele verbintenissen heeft men zich pas weer gewaagd in 2003, toen het oorspronkelijke Commissievoorstel voor Rome II het licht zag: COM (2003) 427. Een gewijzigd voorstel werd gepubliceerd in 2006 (COM (2006) 83). Na verdere aanpassingen en een conciliatieprocedure tussen Raad, Commissie en Europees Parlement werd de definitieve tekst medio 2007 vastgesteld (PbEU 2007, L 199, p. 40).Het heeft al met al bijna zestig jaar geduurd, maar uiteindelijk is er dan toch succes geboekt met de unificatie van de conflictregels op het terrein van de niet-contractuele verbintenissen. ‘Rome II’ is overigens al snel gevolgd door ‘Rome I’, de verordening die aangeeft welk recht van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst. Volgens planHet ‘Actieplan van de Raad en de Commissie over de wijze waarop de bepalingen in het Verdrag van Amsterdam over een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid het best kunnen worden uitgevoerd’ van 3 december 1998, PbEG 1999, C 19, p. 1 e.v., verlangt communautaire IPR-regelingen op het terrein van het verbintenissenrecht, de echtscheiding, huwelijksgoederenrecht en erfrecht. Hoewel de gestelde deadlines bij lange na niet gehaald zijn, wordt het plan tot dusver stelselmatig uitgevoerd. Mislukt is intussen een poging om het conflictenrecht op het terrein van de echtscheiding te unificeren. Het laatste voorstel voor de zgn. ‘Rome III-verordening’ werd medio 2008 door enkele lidstaten (waaronder Nederland) afgewezen. zullen er nog verordeningen volgen op andere terreinen van het conflictenrecht, met name de alimentatie, het huwelijksgoederenrecht en het erfrecht, en daarna zal de unificatie van het communautaire IPR nog wel verder blijven gaan.