WPNR 2009, afl. 6794 - Naschrift
Aflevering 6794, gepubliceerd op 11-04-2009 geschreven door prof. mr. M.J.A. van Mourik1. De reactie van prof. mr. W.R. Luijten-Meijer geeft mij geen aanleiding enig juridisch standpunt te wijzigen. Integendeel, ik constateer thans met nadruk dat een vaststellingsovereenkomst niet kan worden aangewend om een schuld die naar objectief recht onbetwist als een huwelijksvermogensrechtelijke gemeenschapsschuld moet worden aangemerkt tot een eigen schuld te bestempelen. Art. 7:902 BW veronderstelt het bestaan van onzekerheid of geschil maar dat is in casu in redelijkheid niet aanwezig. Als echtgenoten een bepaald goed of een schuld van de huwelijksvermogensrechtelijke gemeenschap naar eigen vermogen willen overhevelen, kan dat niet door middel van een vaststellingsovereenkomst. De onderhavige verplichting, voortvloeiend uit een testamentaire last, kan slechts door het aangaan van een overeenkomst van huwelijkse voorwaarden in het eigen vermogen van de man worden gesitueerd.