Gemeente maakt WOZ-waarde bankgebouw aannemelijk tegenover lagere taxatie makelaar (Hardinxveld-Giessendam)
ECLI:NL:RBDOR:2008:BD6250, datum uitspraak 25-04-2008, publicatiedatum 03-07-2008
Aflevering 2008, gepubliceerd op 31-12-2008 1. Bij WOZ-beschikking van (datum beschikking) heeft verweerder voor het belastingjaar 2006 opnieuw een voor bezwaar vatbare waardebeschikking aan eiseres afgegeven, waarin de waarde van het object ongewijzigd is vastgesteld op € (...). Gelet op het bepaalde in artikel 29a, eerste en tweede lid, van de Wet WOZ stond het eiseres vrij wederom bezwaar te maken tegen de vastgestelde WOZ-waarde. Gelet hierop heeft verweerder eiseres terecht in het bezwaar ontvangen. 2. Naar het oordeel van de rechtbank is verweerder, mede gelet op het door hem overgelegde taxatieverslag, waarin de waarde is bepaald op grond van de methode van kapitalisatie van de (bruto) huurwaarde, en de daarop in het verweerschrift en ter zitting gegeven toelichting, in de op hem rustende bewijslast geslaagd. Uitgaande van het in het taxatieverslag genoemde object P-straat (nummer) is de rechtbank van oordeel dat verweerder de huurwaarde van het object en de kapitalisatiefactor niet te hoog heeft vastgesteld. Het door eiseres in haar opdracht vervaardigde taxatierapport van (...) kan niet van de onjuistheid van de door verweerder vastgestelde waarde overtuigen. Een (deugdelijke) herleiding van de in dat rapport vastgestelde waarde naar die op de peildatum ontbreekt. Het rapport vermeldt verder geen referentieobjecten die de daarin vastgestelde waarde kunnen ondersteunen. Evenmin is rekening gehouden met de aanwezigheid van een geldautomaat. Gelet hierop dient aan dit taxatierapport minder gewicht te worden toegekend dan aan het taxatieverslag waarop verweerder zich beroept. Ook overigens is de rechtbank van oordeel dat dit rapport niet goed bruikbaar is. De daarin gehanteerde huurwaarde is berekend aan de hand van bruto-(aanvangs)rendementen. Een dergelijke methode van waardebepaling wordt in het algemeen niet geschikt geacht om de waarde in het kader van de Wet WOZ te bepalen, nu deze methode wordt gebruikt voor het benaderen van de beleggingswaarde, die gelet op het bepaalde in artikel 17, tweede lid, van de Wet WOZ niet overeen hoeft te komen met de waarde in het economische verkeer (zie ook: Gerechtshof te Arnhem, 25 september 2000, BB 2001, 758; LJN: AA7432). Gelet hierop is ook de kapitalisatiefactor te laag vastgesteld.