JOR 2016/46 - HvJ EU, 11-06-2015, ECLI:EU:C:2015:384, C-649/13 (met annotatie van mr. G.H. Gispen)
ECLI:EU:C:2015:384, datum uitspraak 11-06-2015
Aflevering 2, gepubliceerd op 04-02-2016 met annotatie van mr. G.H. Gispen en mr. M.A. VieiraInternationaal faillissementsrecht, Prejudiciële beslissing, Hoofdprocedure en secundaire procedure, Lokalisatie van goederen, Uitleg van overeenkomst tussen vereffenaars insolventieprocedures valt onder EEX-Vo, Verhouding EEX-Vo en IVO, Bevoegdheidsconflict, Rechters van lidstaat waar secundaire insolventieprocedure is geopend, zijn samen met rechters van lidstaat waar hoofdprocedure is geopend, bevoegd om vast te stellen ten aanzien van welke goederen van schuldenaar gevolgen van secundaire procedure gelden, Betekenis van “gedeelde” bevoegdheid, Overeenkomstig art. 2 onder g IVO moet worden vastgesteld ten aanzien van welke goederen gevolgen van secundaire insolventieprocedure gelden, Verwijzing naar HvJ EG 17 januari 2006, «JOR» 2006/59, m.nt. Wessels (Staubitz-Schreiber); HvJ EG 12 februari 2009, «JOR» 2011/340, m.nt. Veder onder «JOR» 2011/342 (Seagon); HvJ EU 19 april 2012, «JOR» 2012/303, m.nt. Veder (F-Tex); HvJ EU 4 september 2014, «JOR» 2015/87, m.nt. Veder (Kintra) en HvJ EU 4 september 2015, «JOR» 2015/303, m.nt. Broeders (Burgo Group)