JOR 2017/145 - Rechtbank Amsterdam, 28-12-2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:9633, ECLI:NL:RBAMS:2017:1971, ECLI:NL:RBAMS:2017:2001, HA ZA 16-37 (met annotatie van mr. dr. T.T. van Zanten)
ECLI:NL:RBAMS:2016:9633, datum uitspraak 28-12-2016, publicatiedatum 30-03-2017
ECLI:NL:RBAMS:2017:1971, datum uitspraak 22-03-2017, publicatiedatum 30-03-2017
Aflevering 5, gepubliceerd op 20-05-2017 met annotatie van mr. dr. T.T. van ZantenErkenning van vorderingen in faillissement, voorafgegaan door (voorlopige) surseance van betaling, Verificatie van vorderingen (advocaatkosten) die zijn ontstaan op of na dag waarop aan schuldenaar surseance van betaling is verleend, Verificatie van vorderingen, die voortvloeien uit ten tijde van surseanceverlening reeds bestaande rechtsverhouding, maar die zijn ontstaan op of na die dag, althans op of na dag van faillietverklaring, Fixatiebeginsel, Renvooiprocedure, Prejudiciële vragen, Verwijzing naar HR 19 april 2013, «JOR» 2013/224, m.nt. Boekraad (Koot Beheer/Tideman q.q.)