Aflevering 2

Gepubliceerd op 12 februari 2019

JB 2019/11 - Door bestuursorgaan geconsulteerde deskundige. Leden commissie aangewezen door bestuursorgaan. Vraag of deskundige oordeel dat door de rechter aan zijn oordeel ten grondslag is gelegd, onpartijdig tot stand is gekomen. Equality of arms. Zelfde wettelijk kader als in Korošec-arrest. Geen schending art. 6 lid 1 EVRM

JB 2019/12 - De enkele stelling dat de rechter zijn uit art. 267 lid 3 VWEU voortvloeiende verplichting niet is nagekomen, volstaat niet om de staat aansprakelijk te stellen wegens onrechtmatige rechtspraak. De staat kan slechts aansprakelijk worden gehouden in het uitzonderlijke geval waarin de rechter het toepasselijke recht kennelijk heeft geschonden

JB 2019/13 - Bibob-advies. Gelet op de wetsgeschiedenis gaat het naar het oordeel van de Afdeling, wat de b-grond betreft, niet om het gevaar dat overtredingen worden gepleegd bij de bouwactiviteiten zelf, zoals het niet-naleven van vergunningvoorschriften en regels over arbeidsomstandigheden en tewerkstelling van vreemdelingen, maar om het gevaar dat het bouwwerk wordt gebruikt voor criminele activiteiten

JB 2019/14 - Door zich in zijn primaire besluit, het oorspronkelijke besluit op bezwaar en in beroep op het standpunt te stellen dat de waardedaling van het perceel het gevolg is van het bestemmingsplan en door daarmee dit plan uitdrukkelijk en zonder enig voorbehoud als schadeoorzaak aan te merken en te erkennen, stond het het college niet meer vrij zich in hoger beroep nog op het standpunt te stellen dat de schade het gevolg is van de inwerkingtreding van de provinciale verordening

JB 2019/16 - Exceptieve toetsing van een gebruikswijzigingsverbod. ACC wordt door het gebruikswijzigingsverbod onevenredig benadeeld ten opzichte van andere ondernemers in het gebied. Het college had het gebruikswijzigingsverbod in dit specifieke geval buiten toepassing moeten laten wegens strijd met art. 3:4 lid 2 Awb

JB 2019/19 - Overschrijding redelijke termijn. De behandeling in de bestuurlijke fase heeft bijna twee maanden te lang geduurd en de behandeling in de rechterlijke fase bijna zeventien maanden te lang. Volgens de door de Hoge Raad vastgestelde toerekeningsmethode moet 2/19e deel worden toegerekend aan de bestuurlijke fase en 17/19e deel aan de rechterlijke fase