Herzieningsbeschikking wordt vernietigd vanwege ontbreken nieuw feit
ECLI:NL:GHSHE:2004:AQ9827, datum uitspraak 06-07-2004, publicatiedatum 07-09-2004
Aflevering 2004, gepubliceerd op 31-12-2004 Gesteld noch gebleken is, dat bij het opleggen van de beschikking van 23 oktober 2001 sprake was van enig feit, dat de verweerder niet bekend was of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn. Wél is gebleken dat in de beschikking van 5 maart 2001 bij de vaststelling van de waarde van de bij de onroerende zaak behorende grond de verweerder is uitgegaan van een oppervlakte van 161 m², terwijl hij in de beschikking van 23 oktober 2001 is uitgegaan van een oppervlakte van 721 m². Het Hof is van oordeel, dat nu de grond reeds vóór 5 maart 2001 aan belanghebbende in eigendom toebehoorde, de verweerder met dit feit bekend was of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn. Belanghebbende heeft ter zitting onweersproken gesteld, dat hij bij de ontvangst van de beschikking van 5 maart 2001 niet begreep, dat de oppervlakte niet correct was opgenomen en daardoor de waarde van de onroerende zaak te laag. Hij meende juist, dat de waarde van de onroerende zaak bij de beschikking van 5 maart 2001 te hoog was vastgesteld. Naar het oordeel van het Hof is sprake van een ambtelijk verzuim, dat niet aan te merken is als een schrijf- of tikfout of daarmee gelijk te stellen administratieve vergissing (zie Hoge Raad 6 juni 1973, nr. 17 106, BNB 1973/161 en 27 januari 1999, nr. 34 006, BNB 2001/15). Om die reden kan de herzieningsbeschikking niet in stand blijven.