JOR 2020/270 - Opeising van zaak door curator na verstrijken redelijke termijn ex art. 58 Fw is geen misbruik van bevoegdheid
ECLI:NL:RBNNE:2020:2578, datum uitspraak 20-07-2020, publicatiedatum 24-07-2020
Aflevering 11, gepubliceerd op 10-11-2020 met annotatie van Kaptein, F.J.L.Redelijke termijnstelling ex art. 58 Fw aan hypotheekhouder; Na het verstrijken van de gestelde termijn sluit de hypotheekhouder een onderhandse koopovereenkomst met een derde, maar de curator eist de zaak op; Verzoek van hypotheekhouder ex art. 69 Fw om curator te gebieden opeising achterwege te laten en alsnog een redelijke termijn te stellen; Doel en strekking art. 58 Fw. Geen misbruik van bevoegdheid curator; Ontvankelijkheid in hoger beroep; Verwijzing naar HR 11 april 2008, «JOR» 2008/180, m.nt. Faber (Cantor Holding/Arts q.q.); HR 20 december 2013, «JOR» 2014/86, m.nt. Verdaas (Glencore/curatoren Zalco c.s.); HR 16 januari 2015, «JOR» 2015/308 (A/Van der Molen q.q.) en HR 6 februari 2015, «JOR» 2015/309 (Welage q.q./Rabobank), beide m.nt. Faber