JOR 2025/40 - Rechtsmacht voor in België ingestelde vordering tot betaling van geleverde goederen tegen in Nederland failliet verklaarde vennootschap
ECLI:EU:C:2024:952, datum uitspraak 14-11-2024
Aflevering 2, gepubliceerd op 11-02-2025 met annotatie van prof. dr. P.M. VederInternationaal faillissementsrecht, Prejudiciële beslissing, In België ingestelde vordering tot betaling van geleverde goederen tegen een in Nederland failliet verklaarde vennootschap, Werkingssferen Brussel I-bis en IVO, Bevoegdheid rechter, Toepasselijk recht, Een tegen een vennootschap ingestelde vordering tot betaling van geleverde goederen waarin geen melding wordt gemaakt van de eerder in een andere lidstaat tegen die vennootschap geopende insolventieprocedure, noch van het feit dat de betreffende schuldvordering ter verificatie is ingediend, is niet uitgesloten van het toepassingsbereik van Brussel I-bis, Verwijzing naar HvJ EU 20 december 2017, «JOR» 2018/133, m.nt. Schuijling (Valach); HvJ EU 6 februari 2019, «JOR» 2019/116, m.nt. Welling-Steffens (NK/BNP); HvJ EU 18 september 2019, «JOR» 2020/18, m.nt. Veder (Skarb/Riel q.q.); HvJ 21 november 2019, «JOR» 2020/122, m.nt. Schuijling (CeDe Group/KAN); HvJ EU 4 december 2019, «JOR» 2020/124, m.nt. Veder (UB/VA)