JOR 2024/182 - Gevolgen van secundaire insolventieprocedure in Spanje na opening van Duitse hoofdinsolventieprocedure
ECLI:EU:C:2024:331, datum uitspraak 18-04-2024
Aflevering 7-8, gepubliceerd op 03-07-2024 met annotatie van mr. S.C. PepelsInternationaal faillissementsrecht, Prejudiciële beslissing, Opening van Spaanse secundaire insolventieprocedure drie jaar na opening van Duitse hoofdinsolventieprocedure, Het recht van de lidstaat waar de secundaire insolventieprocedure is geopend, is enkel van toepassing op de gevolgen ten aanzien van vorderingen die zijn ontstaan na de opening van deze procedure, De secundaire boedel bestaat uitsluitend uit goederen die zich op het tijdstip van opening van de secundaire procedure bevinden op het grondgebied van de betreffende lidstaat, De insolventiefunctionaris in de hoofdinsolventieprocedure kan de goederen van de schuldenaar verwijderen van het grondgebied van een andere lidstaat, wanneer hij weet van plaatselijk erkende werknemersvorderingen, De insolventiefunctionaris in de secundaire insolventieprocedure kan een rechtsmiddel aanwenden tegen een handeling van de insolventiefunctionaris in de hoofdinsolventieprocedure, Verwijzing naar o.a. HvJ EU 22 november 2012, «JOR» 2013/151, m.nt. Tollenaar (Christanapol); HvJ EU 11 juni 2015, «JOR» 2016/46, m.nt. Gispen en Vieira (Nortel) en HvJ EU 14 november 2018, «JOR» 2019/65, m.nt. Veder (Wiemer & Trachte)