Heffing | OZB gebruikers en eigenaren woonzorgcentrum
ECLI:NL:GHDHA:2019:381, datum uitspraak 26-02-2019, publicatiedatum 27-02-2019
Aflevering 2019, gepubliceerd op 31-12-2019 OZB gebruikers en OZB-eigenaren. Gezamenlijke woonkamers in woonzorgcentrum voor dementerende bejaarden. De wetgever heeft, naar blijkt uit de duidelijke bewoordingen van artikel 220a, lid 2, Gemeentewet, de criteria "die dienen tot woning " en "volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden” nevenschikkend gebruikt, aangezien zij in de wettekst worden verbonden door het voegwoord "dan wel". Dit brengt mee dat een onzelfstandig deel van een onroerende zaak een woondeel in de zin van genoemd art. 220a, lid 2, is indien het ofwel aan beide criteria ofwel aan één van beide criteria voldoet. Uit hetgeen partijen in de van hen afkomstige stukken en ter zitting hebben aangevoerd, maakt het Hof op dat belanghebbende de bewoners van de onzelfstandige delen van Y de mogelijkheid biedt om zo lang mogelijk zelfstandig te wonen. Een bewoner beschikt daarbij niet alleen over een eigen onzelfstandig appartement, maar kan ook gebruik maken van andere onzelfstandige delen van Y, in het bijzonder de gezamenlijke woonkamer die behoort bij het cluster van appartementen waarvan het door de bewoner gebruikte appartement er één is. De gezamenlijke woonkamers worden aangemerkt als woondelen van Y. Voor dat geval zijn partijen het erover eens dat tenminste 70% van de waarde van de onroerende zaak kan worden toegerekend aan woondelen van Y, dat de aanslag OZBG dient te worden vernietigd en dat de aanslag OZBE dient te worden verminderd tot één, berekend naar het woningentarief.