WOZ | Waarde aannemelijk gemaakt
ECLI:NL:RBNHO:2024:2381, datum uitspraak 29-02-2024, publicatiedatum 05-04-2024
Aflevering 2024, gepubliceerd op 31-12-2024 Eiser heeft ter zitting (op 20 september 2023) gesteld dat de uitspraak op bezwaar onbevoegd genomen is door de afdelingsmanager namens de inspecteur belastingen. Eiser stelt dat uit het overgelegde Aanwijzingsbesluit Cocensus volgt dat het dagelijks bestuur van Cocensus de directeur van Cocensus heeft aangewezen als inspecteur als bedoeld in artikel 232, vierde lid, sub a, van de Gemeentewet. Indien de directeur zijn bevoegdheid heeft gemandateerd aan de afdelingsmanager stelt eiser dat dit mandateringsbesluit niet is gepubliceerd op de wijze als bedoeld in artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Eiser verwijst naar de uitspraak van rechtbank Midden-Nederland van 6 augustus 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:3428. De rechtbank overweegt als volgt. De Gemeenschappelijke Regeling Cocensus is langs elektronische weg gepubliceerd, hetgeen voldoet aan de eisen die artikel 3:42 van de Awb stelt. Blijkens artikel 1 van die regeling is de inspecteur de door het dagelijks bestuur aangewezen ambtenaar van Cocensus, als bedoeld in artikel 232, vierde lid, onder a, van de Gemeentewet. Uit het overgelegde Aanwijzingsbesluit volgt dat de directeur van Cocensus is aangewezen als inspecteur. Verweerder heeft niet aannemelijk kunnen maken dat het mandateringsbesluit waarin de afdelingsmanager is gemandateerd om de bevoegdheden in deze van de directeur uit te oefenen op de wijze voorgeschreven in artikel 3:42 van de Awb is gepubliceerd. In de na-correspondentie heeft verweerder gesteld dat de inhoud van de beschikking, aanslag en uitspraak op bezwaar juist zijn en deze daarmee bekrachtigd. Dit impliceert dat bij een eventuele vernietiging van de beschikking en de aanslag de bevoegde heffingsambtenaar (binnen de daarvoor geldende termijn) een beschikking en aanslag zal opleggen naar een zelfde waarde van het object. Beide partijen hebben zich ter zitting (op 27 februari 2024) verenigbaar verklaard met de bevoegdheid van de afdelingsmanager namens de inspecteur belastingen, zodat dit punt niet langer meer in geschil is. Tussen partijen is nog in geschil of de waarde van de woning aannemelijk is gemaakt en of alle gegevens die ten grondslag liggen aan de vastgestelde waarde in afschrift zijn verstrekt in de bezwaarfase.